Fr

MEDIA

Monopoliseren minderheden het debat? De visie van Peter Vandermeersch en Emmanuel Tourpe

Donderdag 15 December 2022

Monopoliseren minderheden het debat? De visie van Peter Vandermeersch en Emmanuel Tourpe

Is er meer polarisatie dan vroeger in onze samenleving of is ze enkel meer zichtbaar? En wat is de rol van de media daarin? Een poging tot inzicht aan de hand van de filosofieën van enkele grote denkers.
 
Het thema mag dan wel raken aan de kern van wat we verstaan onder democratie, maar is er iets ondankbaarder dan een artikel te schrijven over polarisatie in onze huidige overspannen maatschappij en de rol van de media daarin? De kwestie werpt zoveel filosofische, sociologische en vaak tegenstrijdige vragen en antwoorden op die onmogelijk allemaal in een artikel zijn te vatten. Aldus kregen we het idee om het onderwerp aan te kaarten bij onze gesprekspartners aan de hand van een paar historische inzichten.
“Het ideale object van het totalitaire bewind is de mens voor wie het onderscheid tussen feiten en fictie niet meer bestaat” (Hannah Arendt)
Deze quote van Hannah Arendt uit 1951 is ons opstapje naar de eerste vraag. Bestaat er nog zoiets als een gedeelde werkelijkheid, een maatschappelijke consensus? “We zijn in een wereld terechtgekomen waarin er echt aparte werkelijkheden bestaan, zeker in de VS en het VK”, start Peter Vandermeersch, tegenwoordig CEO van Mediahuis Ierland, zijn betoog. “Bij vele nieuwsfeiten lijken er twee totaal verschillende werkelijkheden over hetzelfde feit te bestaan."
"Ook in België zijn we, mogelijk gedreven door sociale media en andere algoritmes, in verschillende bubbels aan het leven. Maar, misschien leven we wel graag in dat soort bubbels. Ook in het verleden, toen we nog in een zuilenmaatschappij leefden, bestonden die aparte zienswijzen. Lezers van De Standaard en De Vooruit hadden ook een ander beeld van dezelfde werkelijkheid. Toen ik nog hoofdredacteur was bij NRC Handelsblad, probeerde ik dat soms te doorbreken in de krant. Op lezingen vroeg ik altijd aan de aanwezigen of NRC stukken mocht plaatsen waarmee ze het niet mee eens zouden zijn. Ik kreeg dan steevast ‘Natuurlijk, we zijn breeddenkend’ als antwoord. Tot je het dan daadwerkelijk doet en stukken van Thierry Baudet in de krant zet. Dan krijg je woeste brieven van lezers die hun abonnement willen opzeggen en die vinden dat de hoofdredacteur moet opstappen. Mijn punt? Ook al denken mensen dat ze intellectueel ruimdenkend zijn, toch willen ze vooral in hun eigen wereldbeeld bevestigd worden. Het is comfortabel leven in de bubbel.”
Emmanuel Tourpe, algemeen directeur bij nieuwszender LN24 (IPM Group), beaamt de stelling dat er ook voor het tijdperk van sociale media filterbubbels bestonden. “Wie rechts was, las Le Figaro of La Libre Belgique; was je links, dan las je Le Monde, L’humanité of Le Soir. De sociale media hebben daar in se niets aan veranderd. Je blijft vrienden met diegenen met wie je akkoord bent”, aldus Tourpe. “Wat me ongerust maakt, zijn niet zozeer die algoritmes, maar het stuitende gebrek aan nieuwsgierigheid van de mens tegenwoordig."
"Daniel Kahneman beschreef al in 1974 hoe we geneigd zijn informatie te zoeken die onze standpunten bevestigt. Vroeger waren kranten het probleem, nu zijn het de sociale media, maar het zijn de mensen die het probleem zijn. Als je stopt met nieuwsgierig te zijn naar wat de andere te zeggen heeft, als je in een klein universum van gelijkgestemden leeft, op de sociale media of elders, dan komt er meer polarisatie in de wereld. De mens wordt alsmaar meer gesloten van geest. En achter die polarisatie van standpunten schuilt een gebrek aan nieuwsgierigheid. Dat is trouwens nog verergerd door een fenomeen dat goed is beschreven door de filosoof Luc De Brabandere. Die stelt dat mensen enorm veel retorische en logicafouten maken. Omdat velen incapabel zijn geworden om te argumenteren, is een debat tegenwoordig verworden tot een debat van slogans. Media zijn daar trouwens voor een groot stuk verantwoordelijk voor. Een constructief debat waarbij we met zijn allen groeien en op zoek gaan naar de waarheid, is een zeldzaamheid geworden. Nu verloopt een debat vaak als volgt: ‘Ik denk wat ik denk en jij denkt wat jij denkt’. En laat dat nu net het omgekeerde zijn van een debat.”
“Een constante staat van zelfbevestiging” (Pierre Bourdieu)
In welke mate zijn klassieke media verantwoordelijk voor het ontbreken van het maatschappelijke debat en spelen ze een rol in de toenemende polarisatie? Zijn de grote media-instituten nog de behoeders van een democratische samenleving die ervoor zorgen dat we het vertrouwen in elkaar blijven behouden? “De meeste media spelen hun rol niet meer in het maatschappelijke debat, in het zorgen voor een maatschappelijke consensus”, gooit Emmanuel Tourpe de knuppel in het hoenderhok.

“Het is een soort zacht compromis geworden met nagenoeg dezelfde redactionele lijn bij alle media. De grote Franse socioloog Pierre Bourdieu uitte in zijn boek ‘Sur La Télévision’ uit 1996 al de kritiek dat journalisten en mediamensen altijd uit hetzelfde milieu komen, mensen uit datzelfde milieu interviewen en te veel hetzelfde denken. De meeste debatten in de media zijn ook non-debatten geworden. Net omdat er daar geen serieus intellectueel duel plaatsvindt, krijgen we polarisatie op de sociale media. Mensen drukken er zich op de meest radicale en wilde manieren uit en er ontstaat een gewelddadig debat. Net zoals op de straat. Kijk maar naar bewegingen als Just Stop Oil, Extinction Rebellion en de gele hesjes. Die groepen komen op staat, want ze vinden dat het debat niet aan bod komt in de media en in het parlement. Die onvrede wordt gevoed, omdat media niet voldoende botsende meningen aan bod laten komen, maar wel kiezen voor een soort vage, algemene opinie zonder veel nuance. Mensen zoeken dus elders naar manieren om die confrontatie van meningen te voeren en helaas gebeurt dat op een brute en soms illegale manier. Het is dus aan de media om veel meer die confrontatie van opinie te organiseren. Als alle tv-zenders en kranten dezelfde mensen interviewen en dezelfde realiteit beschrijven, gebeurt dat niet. De grote functie van een debat is de mogelijkheid bieden aan verschillende stemmen om zich uit te drukken en het debat centraal in de maatschappij te plaatsen.”
 
“Er zijn nog weinig plekken waar je iemand kan ontmoeten met een ander wereldbeeld”, voegt Peter Vandermeersch toe. “We krijgen op de sociale media vaak de bevestiging van wat we graag horen en worden er relatief weinig geconfronteerd met andere meningen. Daardoor dreigt die maatschappelijke consensus te verdwijnen. Als we het al niet meer eens zijn over feiten, dan wordt het moeilijk. Ook de klassieke media zijn overigens gepolariseerd. In het Verenigd Koninkrijk zijn de grote media-instituten grote echokamers geworden. The Guardian heeft een bepaalde visie en zal bepaalde feiten min of meer benadrukken terwijl The Daily Telegraph zijn realiteit naar voren schuift. In Vlaanderen proberen de kranten wel nog het debat te voeden. We moeten dat blijven doen, want er is steeds meer behoefte aan. Gelijk hebben en in je bubbel leven is leuk, maar intellectueel ook bijzonder saai en oninteressant. Zoek de confrontatie! Klassieke media zullen de volgende jaren geneigd zijn om te lezers te confronteren met andere ideeën dan de ideeën die ze nu in hun bubbels krijgen voorgeschoteld.”
“De tirannie van de stereotypes” (Roland Barthes)
Een groeiende polarisatie heeft natuurlijk ook andere, dieperliggende achtergronden. Sinds enkele jaren worden we geconfronteerd met een aantal uitwassen van een nieuw, en beslist nodig en te begrijpen, soort identiteitsdenken in de cultuurstrijd, meestal gerelateerd aan gender of huidskleur. Denk maar aan de rel rond Marieke Lucas Rijneveld die het gedicht dat Amanda Gorman voordroeg op de inauguratie van Biden zou vertalen naar het Nederlands, maar te elfder ure werd vervangen na kritiek van sommigen vanwege zijn huidskleur. In ‘Verschuivingen’ schrijft Stefan Hertmans dat “ook in de cultuurstrijd van progressieve minderheden sluipenderwijs een nieuwe vorm van identiteitsdenken ontstaat: de genderproblematiek, de rechten van mensen van kleur, het wordt allemaal uitgedrukt in het recht op een eigen herkenbare identiteit die je niet met de ander deelt”. Een ander weliswaar marginaal doch treffend fenomeen: wie al eens uitgaat in de grootsteden, observeert steeds meer feestjes die haast enkel toegankelijk zijn voor een bepaalde groep uit de lgbtqia+ community. Hertmans schrijft er het volgende over: “Het is bevrijdend zich ongecompliceerd te kunnen uiten als anders geaard; maar het is beknellend zich tot een activistisch afgebakende definitie van het eigen libidineuze verlangen te moeten beperken. De steeds ingewikkelder wordende reeks letters die aan de emancipatorische seksuele beweging wordt gehecht toont op zich al aan dat deze haast bureaucratisch ogende etikettering van de seksuele differentie een identitaire backlash verbergt die ooit zal omslaan in het beperken in plaats van het bevrijden van seksuele verlangens. Het is alsof onze seksuele geaardheid ten prooi moet vallen aan een alfabetiseringsdwang die haaks staat op de vrijheid van onze seksuele verbeelding.”
 
De steeds strikter wordende identitaire denkwijzen baren ook Emmanuel Tourpe zorgen. “Sommige historici zoals Gabriel Martinez-Gros hebben geschreven over hoe in onze maatschappij religie gaandeweg wordt vervangen door morele ‘causes’”, zegt hij. “Onder het voorwendsel van integere zaken zoals feminisme, klimaat, gendergelijkheid enz. krijg je soms een soort religieuze ondertoon. Die bewegingen voor belangrijke thema’s opereren bijna als de taliban, maar dan niet in naam van een heilige god, maar voor ‘cause’ X of Y. Ze vinden dat het heilige karakter van hun ‘cause’ hen permitteert om een heilige oorlog te voeren in naam van de waarden die ze verdedigen. Het is dat militantisme dat polarisatie in de hand werkt en een gevaar is voor de democratie.”
“De stilte van de meerderheid” (Elisabeth Noelle-Neumann)
Emmanuel Tourpe geeft nog een ander motief aan voor de polarisatie en daarvoor citeert hij de theorie van de zwijgspiraal die socioloog Elisabeth Noelle-Neumann beschreef in 1974. Die toonde aan dat in de media een minderheid het debat domineert. “Wat Noelle-Neumann schreef in een tijdperk waarin er nog geen sprake was van algoritmes, is zeer relevant in deze door algoritmes gedreven tijdsgeest”, aldus Tourpe. “Zeer actieve minderheden slagen erin om met behulp van sociale media het debat te domineren omdat de meerderheid zwijgt. Aldus wekken ze de indruk dat ze een belangrijke meerderheid vormen.”

Als voorbeeld geeft Tourpe de bedreigingen van trans activisten aan J.K. Rowling waarbij ze eisten dat uitgevers de auteur niet meer zouden publiceren en dat studio’s haar scripts niet meer zouden verfilmen. “We weten uit het DSM-5 classificatiesysteem dat trans personen tussen de 0,002% en 0,014% van de bevolking uitmaken”, zegt Tourpe. “We zitten dus met zeer kleine minderheden die oorlogstechnieken gebruiken voor vredelievende zaken, waardoor de indruk gewekt wordt dat iets een breedgedragen strijd is. De meest extreme standpunten worden aldus gevaloriseerd en sommige media-instituten vinden het nodig om ze nog meer visibiliteit te geven. Zo zette The NY Times begin dit jaar een affichagecampagne op poten die de haatcampagne van activisten tegen J.K. Rowling in feite goedkeurde. De extreme partij krijgt te veel aandacht. Dat zie je, zoals bekend is, ook in de posts en commentaren op Facebook. Het algoritme gaat de meest radicale posts het meest in de kijker zetten. Het zijn die zaken die het meest worden bekeken. Van de totale populatie op sociale media is een zeer kleine minderheid extremistisch, maar die minderheid genereert wel de meeste views. Er is dus een groot onevenwicht dat de indruk geeft dat extreme standpunten zeer aanwezig zijn.”
“De theorie van het communicatieve handelen” (Jürgen Habermas)
Een goede democratische maatschappij heeft goede discussieprocedures. Anders implodeert ze, zo leerde de Duitse filosoof ons in ‘De theorie van het communicatieve handelen’. “We zien nu een debat waarbij niet iedereen betrokken is”, zegt Emmanuel Tourpe.

“Minderheden mogen uiteraard een stem hebben, maar onze democratie is in gevaar vanwege activisten en kleine minderheden die de macht proberen grijpen in debatten waarbij iedereen betrokken zou moeten zijn. Een debat is niet het woord geven aan een activististische minderheidsgroep. Als die laatste een autoweg blokkeert, geven we als media het woord aan hen en zetten we daarnaast een expert, maar dat is geen echt debat. Zo wek je de indruk dat de meerderheid de straat blokkeert terwijl het in werkelijkheid maar om drie man en een paardenkop gaat. Op RTL-TVI zag ik een debat over de activisten die zich aan kunstwerken vastkleven. Onze eerste minister kwam aan het woord die zegt dat het vandalisme is en daar tegenover zetten we dan prinses Esmeralda die verklaart dat ze de activisten ondersteunt. We zetten de mening van de eerste minister dus op hetzelfde niveau als die van een activiste. We hechten aldus in feite meer belang aan de mening van een minderheid. Is dat nu een debat waaruit er iets nuttigs voor de maatschappij voortvloeit? Als media moeten we zorgen voor grondige, rationele en journalistieke debatten in plaats van te gaan voor spektakel, polemiek en emotionele debatten. We mogen ook niet denken dat we een debat gevoerd hebben omdat we iedereen een stem hebben gegeven. We mogen niet twijfelen om meer gewicht te geven aan de stem van de meerderheid en moeten durven in te gaan tegen het militantisme, zelfs als dat niet trendy is. Alleen zo kunnen we debatten creëren waarbij het gezond verstand en de gezamenlijke opbouw van een samenleving weer mogelijk wordt”, aldus Tourpe.

“Er is een grote behoefte in de journalistiek om de feiten juist te kaderen”, zegt Peter Vandermeersch. “Er is een inflatie aan meningen en columns en een gebrek aan analyse en onderzoek. In een wereld met zoveel meningen en stemmen, ligt de toekomst van journalistiek in dat laatste.”
“De dans der algoritmen” (Stefan Hertmans)
In dit debat worden sociale media vaak als de schuldige aangeduid, maar in welke mate zijn de sociale media er echt verantwoordelijk voor? In ‘Verschuivingen’ stelt Hertmans dat met behulp van algoritmes van de sociale media “massabewegingen gevormd worden zonder de schijn van massaliteit, zonder structuur of programma’s, met louter individueel lijkende beweringen, slogans en headlines. De clickconsument laat zich niet eens op een ideologische overtuiging voorstaan; hij is domweg in een persoonlijk surfgedrag getuimeld – het gevoel van een reukloos, smaakloos en daardoor objectief lijkend, maar strikt persoonlijk gelijk. Terwijl er niets zo onpersoonlijk is als bij de neus genomen worden door een algoritme, beheerst door de clevere boys achter de schermen”. “Sociale media zijn zowel een zegen als een gevaar”, zegt Vandermeersch. “Ze hebben de wereld kleiner gemaakt en journalistiek interessanter gemaakt door mensen een stem te geven die daarvoor geen stem hadden. Anderzijds hebben ze gezorgd voor een ongelooflijke ruis en een beperking, namelijk dat we onszelf herleiden tot een bubbel van gelijkgestemden.”
 
“Algoritmes zijn de geheime ingrediënten van de socialemediabedrijven”, legt Rob Heyman, lead kenniscentrum data & maatschappij bij imec-SMIT aan de VUB, uit. “Ze zijn essentieel om gebruikers trouw te maken aan hun netwerk. Hun voornaamste doelstelling is om prioriteit te geven aan wat ik ‘stickyness’ noem, ofwel content die gebruikers zo lang mogelijk op het netwerk doet blijven. Vaak zijn dat sensationele zaken, clickbait, polemische zaken. Dat is gevaarlijk en kan polarisatie en radicalisering in de hand werken als iemand nooit buitenkomt of enkel die algoritmes heeft als de toegangspoort voor nieuws- en contentconsumptie. Gelukkig geldt dat niet voor de overgrote meerderheid van de mensen. Het lijkt nu soms dat er met de sociale media en hun algoritmes iemand nieuw verantwoordelijk is geacht voor het probleem, maar we mogen niet vergeten dat polarisatie een breed sociologisch fenomeen en probleem is en iets van alle tijden is.” “Fake news bestond al bij de oude Romeinen”, reageert Vandermeersch. “Toen werd dat gelezen door enkele duizenden; later met de zogenaamde massamedia kon je een paar honderdduizenden bereiken, maar nu heb je gigaplatformen met hun sterke algoritmes waarbij je tientallen miljoenen mensen kan bereiken.”
 
De vraag blijft dan ook of er meer spelregels moeten komen voor de sociale media?  Moeten algoritmes aan banden gelegd worden of openbaar gemaakt? Ligt de oplossing in kleinere sociale netwerken? “Het probleem van polarisatie zal altijd blijven bestaan”, zegt Rob Heyman. “Als blijkt dat algoritmes polarisatie in de hand werken, mogen ze aangepast worden, maar het probleem zal gewoon verschuiven. We zien nu de opkomst van Mastodon wat een netwerk is zonder algoritmes en met chronologische newsfeeds waarbij in kleine communities wordt gediscussieerd, zoals op Reddit. De censuur van bepaalde content gebeurt daar op het niveau van de moderatoren. In feite kan de polarisatie op zulke platformen mogelijk gebeuren via de community in plaats van via de algoritmes. In Vlaanderen had je de beweging Schild & Vrienden die op Discord actief was. Die bende had geen algoritmes nodig om haat te zaaien en te polariseren.”
 
Hoe kijken onze gesprekspartners tot slot naar de overname van Twitter door Elon Musk? “Hij wil van Twitter een platform maken waarbij het recht op vrije meningsuiting centraal staat, maar extreme content zal hij hoe dan ook moeten verwijderen, anders zijn de adverteerders weg. Daar zal hij meer middelen moeten voor vrijmaken. De investeringen in sociale media zijn nu al aan het zakken omdat adverteerders niet meer weten waar hun boodschap naast wordt gezet. Adverteerders willen echt niet geassocieerd worden met boodschappen die oproepen om het Capitool te bestormen of om wapens te maken”, aldus Heyman. “Ik vind zijn uitgangspunt om van Twitter het dorpsplein van de wereld te maken waarbij het debat mag plaatsvinden juist”, besluit Vandermeersch. “Laat ons nog even afwachten of hij geen gekke dingen doet. Ik vind het alvast geen schande dat hij geverifieerde gebruikers 8 euro per maand wil laten betalen. Niemand heeft ooit gezegd dat sociale media gratis moeten zijn. Eigenlijk ben ik wel optimistisch over hoe sociale media zullen evolueren. Ze staan nog in hun kinderschoenen: Facebook is nog geen twintig jaar oud; Twitter vijftien en TikTok zes jaar. Net zoals bij de klassieke media, waarvoor de wetgever mettertijd een heel arsenaal aan regels heeft bepaald, zullen ook de spelregels en de businessmodellen op sociale media verfijnd moeten worden.”

Tekst door Bart Cattaert

Archief / MEDIA